Uit het fotoarchief:

19

Biografie

Jerry Reed Hubbard (20 maart 1937-1 september 2008), beter bekend als Jerry Reed, was een Amerikaanse zanger, gitarist, sessie muzikant, songwriter en acteur die verscheen in meer dan een dozijn films. Als zanger is hij het meest bekend geworden door “(Who Was the Man Who Put) The Line in Gaso line “, “Lord, Mr. Ford (What Have You Done)”, ” Amos Moses”, “When You’re Hot, You’re Hot”, waar hij eveneens een Grammy Award mee won als “Best Male Country Vocal Performance” in 1972. Velen zullen Jerry ook kennen van “East Bound and Down”, titelsong voor de film “Smokey and the Bandit”, waarin Jerry de rol speelde van Cledus “Snowman” Snow.

Jerry werd geborden in Atlanta, Georgia, als tweede kind van Robert en Cynthia Hubbard. Jerry’s grootouders woonden in Rockmart, GA. waar hij af en toe op bezoek kwam. Als klein kind rende hij daar met zijn gitaar rond en riep hij “Ik word later een ster. Ik ga naar Nashville en ik word een ster.” Jerry’s ouders scheidden 4 maanden na zijn geboorte, zodat hij samen met zijn zuster 7 jaar lang bij gastouders en kindertehuizen verbleef. In 1944 kwam Jerry weer in contact met zijn moeder en stiefvader. Muziek en optredens zorgden voor enige rust tijdens de stressvolle periode waarin de ‘nieuwe’ familie zich bevond.

Op 7 jarige leeftijd krijgt Jerry van zijn moeder zijn eerste gitaar. Zij leerde hem een paar akkoorden en de rest pikte hij op door te luisteren naar platen van Merle Travis en Chet Atkins.

Tijdens high school (O’Keefe High School, Atlanta, Georgia) schreef en zong Jerry al muziek, omdat hij als kind al was begonnen met gitaar spelen. Op zijn 18e tekent Jerry op aanraden van Bill Lowery (muziekuitgever en producent uit Atlanta) bij Ken Nelson van Capitol Records in Nashville, Tennessee een platencontract. In deze periode bij Capitol (1955-1958) neemt hij in totaal 30 rockabilly songs op waaronder: “Mister Whiz”, “Here I Am” en “If the Good Lord’s Willin’ and the Creeks Don’t Rise”. Jerry laat vanaf nu Hubbard weg uit zijn naam.

In 1958 stapt Jerry over naar Bill Lowery’s National Recording Corporation (NRC) label in Atlanta en neemt 6 nummers op: “Little Lovin’ Liza”, “Have Blues, Will Travel”, “Stone Eternal”, “Soldier’s Joy”, “Just Right”, en “This Can’t Be Happening to Me”. Ondanks dat Lowery ook andere jonge talenten uit Georgia had ondekt als: Ray Stevens, Billy Joe Royal, and Joe South was Jerry niet blij met zijn professionele cariere en besloot bij het leger te gaan.

Tijdens zijn dienstperiode in 1959 trouwt Jerry met Priscilla “Prissy” Mitchell. Zij krijgen twee dochters, Charlotte Elaine “Lottie” Reed Stewart en Seidina Ann Reed Hinesley, geboren op 2 April 1960. Priscilla Mitchell zong ook en was lid van de folkgroep “The Appalachians”. Jerry blijft ondertussen wel actief met muziek bezig en speelt gitaar bij de Circle A Wranglers Army Band. Hij gaat ook door met het componeren van muziek met nummers als “That’s All You Gotta Do” wat werd ogenomen door (de eveneens uit Georgia afkomstige) Brenda Lee op de b-kant van haar hit “I’m Sorry”. Hij schreef ook “Crazy Legs” for Gene Vincent en “Misery Loves Company” voor Porter Wagoner, wat een nummer 1 hit werd in 1962. Deze successen zorgden voor brood op de plank voor zijn nieuwe familie. Later in zijn leger cariere tekent Jerry een platencontract bij Columbia Records, waar hij tot 1963 zal blijven. Hij produceerd 20 nummers voor dit label, waaronder “A Hit and Run” en “Too Old to Cut the Mustard”.

Na zijn werk in het leger verhuist Jerry met zijn familie naar Nashville. Hij bleef nummers schrijven waarmee hij wacht met uitgeven tot zich een geschikt moment voordoet. Dat geschikte moment komt als Jerry zijn nummer “Scarecrow” naar Chet Atkins van RCA Victor stuurt . Chet vindt het nummer zo goed dat hij het opneemt en uitbrengt en in 1964 laat hij Jerry een platencontract tekenen met RCA Victor.

Van 1964 to 1967 was Jerry werkzaam als sessiemuzikant voor andere grote namen als Bobby Bare, Waylon Jennings, Willie Nelson, and Elvis Presley. In 1967 brengt Jerry zijn eerste RCA Victor album, “The Unbelievable Guitar and Voice of Jerry Reed” uit. Later dat jaar neemt Elvis Presley twee nummers “Guitar Man” en “U.S. Male” op van dit album. Tijdens de opnamesessie met Elvis was Jerry aanwezig voor de gitaarpartijen. Later zou hij een hit scoren met een tribute aan Elvis “Tupelo Misissippi Flash”.

Jerry blijft de komende twintig jaar actief bij RCA Victor, waar hij succes heeft met nummers als: “When You’re Hot, You’re Hot” (waarvoor hij zijn eerste Grammy Award kreeg) en “Amos Moses” in zowel de pop- als country hitlijsten. In deze periode was hij ook gekozen tot “Muzikant van het jaar 1970 – 1971″ door de Country Music Association.

Al spoedig kwam Jerry terecht in de filmwereld en was hij te zien met zijn vriend Burt Reynolds in “W.W. And The Dixie Dancekings” in 1974. Twee jaar later kreeg hij een rol in “Gator”, wederom met Burt Reynolds. Jerry schreef ook de titelsong voor deze film. In 1977 verschijnt Jerry als de vrolijke truckchauffeur Cledus “Snowman” Snow in de film “Smokey and the Bandit”. Jerry schrijft voor deze film de muziek die later op het album “East Bound and Down” uitgebracht wordt.

In totaal speelt Jerry in 15 films waarin hij o.a. te zien is naast bekende namen als: Tom Selleck (“The Concrete Cowboys”), Robin Williams (“The Survivors”) en Gene Hackman en Danny Glover (“Bat*21″).

Het hoogtepunt van zijn cariere beleeft Jerry als hij twee albums met Chet Atkins (“Me and Jerry” in 1970 en “Me and Chet” in 1972) voor RCA en het album “Sneakin’ Around” voor Columbia Records opneemt in 1992. “Me and Jerry” en “Sneakin’ Around” winnen elk een Grammy Award.

In 1984 neemt Jerry het album “My Best to You” op op zijn eigen label. Hierna besluit hij terug te gaan naar Capitol alwaar hij de albums, “Lookin’ at You” (1984) and “What Comes Around” (1985) opneemt.

In 1995 tekent Jerry opnieuw bij Bill Lowery (Lowery’s Southern Tracks label) in Atlanta. Hij produceerd twee albums: “Flyin’ High” in 1995 en “Pickin’ ” in 1998. In 1998 formeert hij samen met Mel Tillis, Bobby Bare en Waylon Jennings de rondreizende supergroep “Old Dogs”.

Hij bleef echter bezig met het maken van muziek en het scoren van hits. “She Got The Goldmine (I Got The Shaft)”, werd een hit in 1982, gevolgd met een tweede plaats voor “The Bird” (waarin hij impressies doet van Willie Nelson en George Jones).

Zijn laatste hit in de charts “I’m A Slave” dateert uit 1983. Hij bleef doorgaan met acteren en opnemen en was te zien in Adam Sandler’s “The Waterboy” als footballcoach Red Beaulieu.

Jerry Reed voegde zich bij Waylon Jennngs, Mel Tillis en Bobby Bare voor het formeren van de groep “The Old Dogs”, waarvan een album is verschenen in 1998.

Zijn gezondheidstoestand werd in de laatste jaren echter steeds slechter en hij ging zich meer en meer toeleggen op spirituele studies en het onder de aandacht brengen van veteranenzaken. De opbrengsten van zijn laatste album “The Gallant Few” gaan dan ook naar een stichting die zich inzet voor oorlogsveteranen.

Jerry vertelde in 2007:

“Gedurende 50 jaar heb ik alleen maar genomen, genomen, genomen. Ik heb besloten van nu af aan alleen nog maar te geven. En ik loop al een stuk achter. We lopen allemaal achter. We leven dit leven alsof dit het enige wat er is en waar het om gaat. Wij zijn echter slechts tijdelijk, gelijk een vleugje rook”.

Halverwege 2008 gaat het dusdanig slecht met Jerry’s gezondheid dat hij in een hospice verpleegt moet worden. Omdat zijn gezondheid zo slecht is kan hij ook geen gitaar meer spelen, iets waar hij nog het meeste moeite mee had. Daarentegen genoot hij wel van de bezoeken die hij regelmatig kreeg van familie en collega’s Bobby Bare en Brenda Lee. Zij hadden geregeld zo veel lol dat Jerry het uitschaterde van de lach, waarna hij weer rustig aan moest doen om niet in ademnood te komen. Zij bespraken dan het geluk dat ze gehad hebben om zo succesvol te worden. Op een dag in Augustus vertelde Jerry aan Bobby dat hij erg dankbaar was dat al zijn wensen in vervulling zijn gegaan. Zijn laatste wens was om thuis te overlijden in het bijzijn van zijn familie. Jerry overleed in de nacht van 31 augustus op 1 september 2008 om 0:15 uur op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longemfyseem.